Onze docenten
De docenten van Flor de Fango zijn professionele tangodansers met jarenlange ervaring. Zij hebben ieder hun eigen stijl van lesgeven en dansen, maar hebben één ding gemeen: hun liefde voor de tango, die zij met enthousiasme en bevlogenheid weten over te brengen.

Toine & MoniqueHervé & RoseKarin Mollemans & Ezequiel Sanucci

Toine & Monique

Hervé & RoseWalter & MirjamEzequiel & Karin

 

Flor de Fango interviewt af en toe docenten uit het team, om hen de mogelijkheid te geven hun filosofie, uitgangspunten en methodes breder te delen.

Interview met Walter Gonzalez
Interview met Walter Gonzalez in december 2017, door Arjen Bosch en Margriet Foks.

 

Walter, wanneer heeft de tango jou gegrepen?

Toen ik een jaar of vier, vijf was, zag ik mijn grootouders dansen. Zij waren goede dansers en ik zag een mysterie, ik begreep niet hoe dit kon omdat ik niet kon zien wat er gebeurde. Het boeide mij enorm, evenals de muziek van d’Arienzo, destijds met name de tango “Cartón Junao”.

Ik ben geboren in Lanús, een stadsdeel van Buenos Aires en ik leerde al jong allerlei verschillende muziekstijlen kennen uit Argentinië, van zuidelijke milonga’s tot traditionele muziek uit de Andes en invloeden uit de jungle in het noorden, en combineerde deze stijlen op de gitaar. Tijdens optredens met mijn gitaar in de stad zag ik soms de manier waarop mijn grootouders dansten, werd nieuwsgierig en ging lessen nemen. Na een jaar kwam ik Susana Miller tegen en zag bij haar de authentieke milonguerostijl, de dans van mijn grootouders! De magische houding, omhelzing, manier van lopen, alles wat je nodig hebt. Het maakt al het andere ondergeschikt. Dat was twintig jaar geleden.

Heb je een filosofie over de tango?

Ik zou het liever een opinie willen noemen. Naar mijn mening is tango de taal van het leven, van de liefde, een taal met veel varianten en dialecten, waarbij de één de ander soms niet verstaat. Maar tango is vooral sociaal. De tango is een kleine spiegel van het leven. Zo denkt de man bij de “cabeceo” te leiden en te winnen, maar in feite volgt hij de vrouw omdat zij beslist. Hij doet een voorstel en blijkt slechts te volgen. We kunnen het leven door de tango zien.

Mijn wens is om de traditie in leven te houden. Ik zie het ook als mijn verplichting. Vroeger liep en sprak men anders in Buenos Aires. Dat vloeide over in de dans en de muziek, maar dat zie en hoor je niet meer. Daarom is het in leven houden van de traditie ook een soort culturele archeologie. Tango ontwikkelt door en we kunnen niet terugkeren, maar sommigen houden de authentieke, traditionele milonguerostijl in ere.

Welke methode volg je bij de lessen?

Leerlingen worden hier ingedeeld in niveaus, afhankelijk van het aantal dansjaren. Dat zegt mij niet zoveel, het gaat om de ervaring, zeg maar lichaamsuren. Sommigen leren snel en hebben een paar uren nodig, anderen jaren. Leerlingen hebben ook hun eigen verantwoordelijkheid hierin.

Ik volg en assisteer leerlingen individueel, omdat iedereen anders leert en er verschillen zijn in ervaring. Vervolgens gaat het in de les om de opbouw van die ervaring, voortbouwen op wat je al kunt, waarbij je juist fouten mag maken. Het gaat over lichaamshouding, muzikaliteit, ritme en melodie. Zo is een goede leider deel van het orkest door zijn interpretatie van de muziek.

Ik benadruk de rust in de muziek. Ik breng hommages aan beroemde milonguero’s en hun muziek in de lessen, door bewegingen en muziek die kenmerkend voor hen waren over te brengen aan mijn leerlingen. Ik geloof in functionele tango, niet in figuren. Het is minimalistisch, ik probeer het meeste te doen in ogenschijnlijk het minste, een synthese.

Ik heb gemerkt dat de techniek van de milonguerostijl kan bijdragen aan andere dansstijlen en het oplossen van eventuele problemen daarin.

Hoe definiëer je de milonguerostijl?

In Buenos Aires is milonguero de stijl van het centrum, functioneel, in close embrace en ieder in de eigen as. Karakteristiek zijn de manier van lopen en de ocho’s.

In Europa wordt de milonguerostijl breder geïnterpreteerd. Hier danst men bewegingen die uit een open stijl komen dicht bij elkaar en noemt dat milonguero. Maar close embrace alleen is niet de definitie van milonguero. Het zijn lichamen die elkaar verstaan, de binnenkant, niet de buitenkant. En dus hoor je wel eens zeggen dat milonguerostijl saai lijkt. Dat klopt: als het goed is, zie je namelijk niet wat er allemaal gebeurt en wat allemaal wordt gevoeld.

Dat is de synthese die ik perfectioneer. Maar vergeet niet: Ik ben niet beter dan jij, ik loop alleen iets voor…

Interview met Monique Straatman
Interview met Monique Straatman op 13-03-2018, door Margriet Foks en Arjen Bosch.

Foto Monique © Nicolas Chauveau

Foto © Nicolas Chauveau

Monique, wat maakte dat je tango bent gaan dansen en hoe lang dans je al?

Ik dans nu 26 jaar tango. Thuis hadden we een LP van Astor Piazzolla en dachten dat hierop toch  ook gedanst moest kunnen worden? Toine en ik hadden altijd al belangstelling voor het dansen. Ik heb klassiek en modern ballet gedaan en Toine heeft ballroom gedanst. We hadden nog geen idee van de Argentijnse tango.

Nadat ik van een avonddienst thuis kwam, vertelde Toine mij over een documentaire van de Argentijnse tango met Carel Kraayenhof, die hij gezien had met Wouter Brave en Martine Berghuis als dansers. Dat wilden wij ook gaan doen. Via kennissen kwamen we in Nijmegen bij het Knollenpad uit, de eerste locatie van El Corte. We hebben toen o.a. les gehad van Michael en Ineke, Birkit en Eric.

Hoe is het gekomen dat jullie les zijn gaan geven?

Tijdens een tangoweek in La Frayssinette in Frankrijk ontmoetten wij een stel uit Denemarken met wie er een goede klik was. Zij vroegen ons om een lang weekend in Odense les te geven. Later op Langeland een hele week. Met Eric hebben we toen gesproken over de opbouw van de  lessen in zo’n week en hebben de sprong gewaagd. Dat was tussen 1996 en 1998. Later hebben we bij La Zapada les gegeven op de Waalstraat in Arnhem. Toen Hervé en Marianne bij El Corte stopten met les geven, vroeg Eric ons voor de zondagavond.

Wat brengt de tango jou?

Wat belangrijk is voor mij, is tijdens de dans het contact met de ander. Samen bewegen op de muziek waarbij er een continue afstemming is met elkaar.  Dat kan soms tijdens een dans heel intens zijn, omdat het altijd improvisatie is.

Een paar jaar geleden brak ik aan de start van het lesseizoen mijn voet en ik dacht: Hoe moet dat nu? Het was op dat moment vreselijk, maar er zijn ook andere dingen die ik heel leuk vond om te doen, waar ik toen wel aan toe kwam. En soms is het goed om je lijf een tijdje rust te gunnen.

Wordt er nu anders gedanst dan vroeger, toen jullie begonnen?

Bij de start op het Knollenpad dansten we open, de basisfiguur van acht passen en veel aandacht voor passen. Dit veranderde met de komst van Tete Rusconi. Hier maakten we een switch naar de gesloten stijl.  Dat was in het begin een shock, om vanuit een open naar een gesloten houding te gaan. Eigenlijk moesten we helemaal opnieuw beginnen met dansen.

Vanuit de theatershows kwam de Nuevo tango, theatraal met grote figuren, veel ruimte op de dansvloer innemend, de komst van o.a. colgada’s, volcada’s. En nu de Neotango, vrijer bewegen op moderne tangomuziek en andere muziek waar tango op gedanst kan worden.

Wat is je stijl van lesgeven?

Wij benaderen de tango vanuit het lopen en de houding bij het lopen. De abrazo tussen de volger en de leider is hierbij een belangrijk aandachtspunt, van daaruit ontstaan de bewegingen. We besteden veel aandacht aan de techniek en een organische manier van dansen. Wat gebeurt er in je lichaam en wat heb je daarvoor nodig van elkaar. Daarbij houden we rekening met de verschillende leerstijlen van mensen, en laten cursisten wisselen van partner. Hierbij kunnen ze nieuwe ervaringen opdoen en na afloop van de dans wordt er ook kort geëvalueerd met elkaar. Het plezier staat voorop. We gaan uit van gelijkwaardigheid tussen danspartners, docenten en cursisten. En er is veel aandacht voor de volger tijdens de lessen.

Jullie gaan ook regelmatig naar Buenos Aires, wat brengen jullie mee terug?

We zijn nu zo’n tien keer geweest, bijna jaarlijks, en het bevalt heel goed. We lessen graag bij Ernesto Carmona en Norma Tomasi. Zij zijn confronterend, maar is voor het leerproces juist goed. Meestal gaan we naar een middag- en een avondsalon. We kijken welke DJ er is en luisteren we welke muziek er wordt gedraaid. Daarnaast zoeken we ook naar de aan Argentinië gebonden bijzondere culturele plaatsen, zoals bijvoorbeeld het museum over Evita Perón en het café van de Dwaze Moeders. Het blijft ons trekken om naar Buenos Aires te gaan.

Een traditionele salon daar is ook echt traditioneel, met traditionele tango’s en cortina’s (wisselmuziekje na 3 of 4 nummers, bedoeld om de dansvloer af te gaan en met een ander te gaan dansen). In deze traditionele salons is het zo dat mannen en vrouwen gescheiden tegen over elkaar zitten en dat de stellen aan de kopse kanten van de zaal zitten.

De cortina maakt de dans socialer omdat er dan gewisseld wordt en je steeds met anderen in contact komt. Dat men daar de eerste halve minuut staat te praten komt voort uit de oude traditie dat de alleengaande dame vroeger met een chaperonne naar een salon ging. Dat moment op de dansvloer was dan het enige moment om even met iemand van het andere geslacht te praten.

De cabeceo is de gebruikelijke en fijne methode om ten dans te vragen, en gevraagd te worden. Met het kijken (mirada), het oogcontact en de bevestiging met een hoofdknik,  geef je aan dat je met iemand wil dansen. De Nederlandse manier is eigenlijk nogal vrij direct, je wordt benaderd, ook als je in gesprek bent met iemand. Dat is voor alle partijen vaak ongemakkelijk.

Voor de volgers is het heel fijn dat de Argentijnse leider een echte gentleman is, respectvol en natuurlijk ook een charmeur, maar daar moet je een beetje doorheen kijken. Het niveau in de milonga kan er wisselend zijn, maar er wordt met corazón en mét jou gedanst! Wat er allemaal op de vloer gebeurt is zeer inspirerend.

Tot slot, heb je een motto?

In de tango zijn wij na al die jaren nog steeds niet uitgekeken, je blijft leren en jezelf verbeteren.

Dance is the hidden language of the soul!

Interview met Hervé Cousin

Flor de Fango interviewt af en toe docenten uit het team, om een inzicht te krijgen in hun filosofie, uitgangspunten en methodes. Deze keer een gesprek met Hervé Cousin in november 2018, door Margriet Foks en Arjen Bosch.

Hervé, wanneer heb jij kennis gemaakt met de tango?

Dat is 30 jaar geleden gebeurd. Ik was met Marianne Jetten in Théâtre Mogador in Parijs, daar zagen we een voorstelling Argentijnse tango met vier dansparen en Sexteto Mayor. We werden er beiden direct door gegrepen. Buiten Buenos Aires was de Argentijnse tango toen nog onbekend. Nergens kon je beelden of muziek vinden.

Eerst namen we tangoles in Nijmegen. Na 6 maanden werd ik gevraagd om te assisteren bij de cursussen. Al snel begonnen we ook samen les te geven bij El Corte in Nijmegen. We hebben veel cursussen gevolgd bij verschillende maestro’s, zoals Pepito Avellaneda, Gustavo Naveira en Antonio Todaro. We namen les in Amsterdam, Brussel en Parijs. In totaal werkte ik met wel 40 bekende Argentijnse maestros.

In de jaren 90 reisde ik 4 keer af naar Buenos Aires, het Mekka van de tango. Daar verfijnde ik mijn kennis van de dans. Als een van de eerste tangotoeristen was ik getuige van een toen nog authentieke cultuur. Langzaam maar zeker stroomden de tangotoeristen toe in Buenos Aires. Zo groeide de tango uit tot een echte business. De prijzen van de lessen rezen de pan uit en veel dansers noemden zich “professioneel”.

Met Maestro Antonio Todaro werkten we keihard. Hij was een Godfather, streng maar zeer efficiënt. Dertig seconden mocht je kijken, en dan moest je het figuur perfect nadoen. Ooit trok hij me aan mijn oren omdat ik een fout maakte. Antonio leerde ons een choreografie die we opvoerden in het oude pand van de tangoscene in Arnhem. Flor de Fango kreeg toen net haar eigen dansschool en vroeg ons om daar les te gaan geven. Dat is ongeveer 25 jaar geleden. Naast de lessen in Flor de Fango begonnen we onze eigen dansschool in Breda, Tilburg, Nijmegen en den Bosch. We hebben veel internationale workshops gegeven en traden op in prachtige theaters in binnen- en buitenland. Zo traden we op met Carel Kraayenhof en vele andere beroemde orkesten.

Wordt er nu anders gedanst dan vroeger, toen je begon met lesgeven?

Zeker. Ik zie dat de lessen vrijer zijn dan vroeger. De les is meer klantgericht en vooral gezellig. Vroeger werd de tango misschien op een iets serieuzere manier beoefend en was de gezelligheid geen doel op zich. Ik zie ook dat er soms niet zoveel aandacht wordt besteed aan de basistechnieken zoals houding en balans. Vooral in het begin van het leerproces is dat onmisbaar. Bij de tango hoort een vloeiende manier van lopen, evenwicht en een mooie houding. Plezier en comfort zijn essentieel, maar zonder een goede technische basis mis je de essentie van de dans.

Aan het eind van de jaren 90 werd veel close embrace gedanst, de “Tango Apilado”. Pedro Rusconi (Tété) was daar de koning van, een even geweldig als maf figuur. Door zijn enthousiasme heeft hij ons een heel andere dimensie van de tango laten voelen. Twee lichamen worden een, waardoor je als het ware samen gaat zweven op de muziek. Dat is een echte sensatie, waarbij je helemaal opgaat in elkaar en in de muziek. Bovendien is het een heel sociale manier van dansen, vooral in drukke salons, want de dansparen hebben maar weinig ruimte nodig. Het close embrace dansen gebeurt nog steeds veel. In de jaren 2000 kwam de neo tango op moderne en synthetische muziek. Een nieuwe versie van de tango waar andere dansaspecten in verwerkt zitten.

Tot slot

Door veel ervaring op te doen, leer je om te combineren en dan kun je eindeloos improviseren. De tango is heel creatieve dans en kan soms spectaculair worden. Alle passen kun je groot of klein dansen, snel of langzaam en de variaties zijn eindeloos.

Tango dansen is een spirituele beleving, een transcendentie, als vanuit een andere dimensie, zoals je bij een bezoek aan een tempel kunt hebben. Het stijgt boven het normale leven uit. De actie zelf is altijd anders, dat maakt het spannend. Je dansvocabulaire is je verhaal, je techniek helpt je om dat te vertellen.

Ik zie mezelf als een ambassadeur van de tango, en in de toekomst blijf ik graag vanuit mijn passie en overtuiging mijn kennis doorgeven. Als ik mijn liefde voor de tango kan delen, heb ik eer van mijn werk, en ook al heeft iemand twee linker voeten, dan kan het leren dansen toch voldoening geven, want de tango maakt rijk en gelukkig.

NB: Hervé exposeert met aquarellen en tekeningen in Flor de Fango, tot half februari 2019.

Interview met ...
Hou de nieuwsberichten in de gaten voor de volgende interviews, of beter nog, schrijf je in voor de nieuwsbrief!